Wormbesmettingen zijn verraderlijk. Een paard kan er van de buitenkant kerngezond uitzien, terwijl het inwendig een aanzienlijke wormpopulatie draagt. De parasiet heeft er immers alle belang bij dat zijn 'gastheer' zo lang mogelijk in leven blijft. Vaak worden symptomen zoals een doffe vacht, conditieverlies of koliek pas zichtbaar als de besmetting al een kritiek punt heeft bereikt.
Een van de belangrijkste pijlers binnen de moderne diagnostiek is de wetenschap dat de wormlast niet gelijk verdeeld is over de kudde.
20% van de paarden is verantwoordelijk voor maar liefst 80% van de totale eiuitscheiding op de weide.
Door middel van structureel mestonderzoek (monitoring) identificeren we deze 'hooguitscheiders'. In plaats van de hele groep preventief te behandelen, richten we ons specifiek op de dieren die de besmettingsbron vormen. Zo beperken we het gebruik van medicatie en geven we resistentie geen kans.
Diagnostiek is meer dan alleen het tellen van wormeitjes (EPG - Eggs Per Gram). De interpretatie van de uitslag is minstens zo belangrijk en wordt beïnvloed door de context:
Weidemanagement: Hoe vaak wordt de mest verwijderd? Is er sprake van omweiden?
Stalhygiëne: Hoe is de hygiëne in de boxen en op de paddock?
Groepsdynamiek: Wat is de leeftijdssamenstelling van de groep en komen er vaak nieuwe paarden bij?
Met een gericht diagnostisch plan zorgen we ervoor dat we de cyclus op het juiste moment doorbreken. Door in het voorjaar de eiuitscheiding nauwkeurig te monitoren en waar nodig in te grijpen, voorkomen we dat de weide zwaar besmet raakt. Hierdoor beperken we de gevreesde 'najaarspiek', waarbij paarden enorme hoeveelheden larven opnemen die vervolgens in de darmwand in winterrust gaan.
Kortom: Diagnostiek is het kompas waarop we varen om uw paard gezond te houden en onze ontwormingsmiddelen voor de toekomst te redden.
.jpg)